’Intimidatie hoort er écht niet bij’

Gepubliceerd op 3 maart 2023 om 14:11

Als commissaris van de Koning in Groningen krijgt René Paas Statenleden over de vloer die met agressie en intimidatie te maken krijgen. Althans, zo zou het moeten zijn. Maar hij weet dat lang niet alle gevallen hem bereiken. Zelf maakte hij ook het nodige mee. Hij doet er dan ook alles aan om de drempel zo laag mogelijk te maken. ‘Ik heb liever dat mensen bij me komen met iets wat waarschijnlijk geen bedreiging is, dan dat ze zaken wegstoppen en er ondertussen heel erg mee zitten.’

Als wethouder had hij tijdens zijn bruiloft een reservepak in de kast hangen. De ceremoniemeester wist ervan en kon het pak ophalen als dat nodig was. Er werd in die tijd actiegevoerd tegen een methadonpost en hoewel er geen concrete dreiging was, besloot René Paas toch maar een reservepak aan te schaffen. Je wist tenslotte nooit waar actievoerders toe in staat waren. ‘Het pak kon gewoon in de kast blijven hangen’, vertelt hij. ‘Ik kreeg wel een bloemstuk in de vorm van een methadonspuit.’

Bijna negen jaar was hij wethouder in Groningen (1996 – 2005) en nu bijna zeven jaar commissaris van de Koning. De actievoerders die zijn bruiloft aangrepen om hun wensen kenbaar te maken, was de enige keer in zijn politieke carrière dat hij ‘iets’ meemaakte dat persoonlijk aan hem gericht was. ‘Ik hield er rekening mee dat er iets zou kunnen gebeuren, maar ik voelde me niet geïntimideerd. Natuurlijk zijn er wel eens lelijke dingen tegen me gezegd, die ook binnenkwamen, maar nooit in die mate dat ik me er zorgen over ging maken.’

Wat-als-gesprek

Wel voelde Paas zich, weliswaar niet persoonlijk, geïntimideerd toen boze boeren in 2019 het provinciehuis bestormden. Er werd gedreigd: ‘Als we geen toezegging krijgen dat er soepeler wordt omgegaan met het stikstofbeleid, rijden we deze tractor een paar meter verder naar voren’. De gedeputeerde probeerde in gesprek te gaan, zonder resultaat. Boeren forceerden de deuren en renden het provinciehuis binnen. Medewerkers waren ondertussen al geëvacueerd naar een ander deel van het gebouw en vertrokken onder politiebegeleiding naar huis. Buiten werd het Martinikerkhof ‘aan gort gereden’, zoals Paas het omschrijft.

‘De medewerkers zijn echt bang geweest, hoorde ik de volgende dag in een gesprek. Ikzelf vond de opgefokte sfeer ook erg onaangenaam. Actievoerders bij andere provinciehuizen hadden natuurlijk al meegemaakt dat gedeputeerden mee gingen bewegen door concessies te doen. Ik heb op het moment zelf een ‘wat als’-gesprek gevoerd met de gedeputeerden. Stel dat het helemaal uit de hand loopt, is onze rechte lijn waar we inhoudelijk achter staan, doden en gewonden waard? Ik wilde dit besproken hebben, zodat ik mezelf niets zou kunnen verwijten als er iets zou gebeuren.’

Maar het college was onverzettelijk. ‘We laten ons niet chanteren, was onze unanieme conclusie na het gesprek. Ik heb ze daarmee gecomplimenteerd, later kregen we er ook veel waardering voor. We hebben ons beleid gemaakt, er goed over nagedacht en dat verandert niet als mensen veel herrie komen maken of onze deur kapotrijden. Maar we zaten wél in een grijs gebied.’

Grensoverschrijdend

Paas ziet dat de manieren waarop burgers kenbaar maken dat ze het niet eens zijn met beleid steeds vaker grensoverschrijdend zijn. Hij geeft als voorbeeld de controverses rondom de plaatsing van windmolens in Groningen. Boeren die hun land beschikbaar stelden kregen te maken met objecten die in hun graanvelden gelegd werden, waardoor machines kapotgereden werden. Er werd asbest gedumpt, brandgesticht en gedeputeerden ontvingen anonieme dreigbrieven. ‘Steeds vaker gaan betrokken actievoerders de grens over richting terreur’, vindt Paas. ‘Bij een strafbaar feit doen we dan ook altijd aangifte.’

Of het altijd duidelijk is wat wel of niet strafbaar is? ‘Zeker niet. Daarbij zwakken Statenleden of gedeputeerden het gedrag ook vaak af, door te zeggen dat actievoerders “een beetje wild” deden, omdat ze “een beetje boos” waren.’ Paas denkt terug aan zijn tijd als voorzitter van Divosa, vereniging voor directeuren van toen nog de sociale diensten. ‘Ambtenaren kregen vaak te maken met burgers die niet geleerd hadden zich subtiel uit te drukken, als ze bijvoorbeeld niet in aanmerking kwamen voor een uitkering. “Het hoort erbij” was het grootste misverstand onder deze ambtenaren die deze mensen zo graag wilden helpen.’

Melding doen bij de politie, een tussenvorm, is ook een optie, vindt Paas. Een mailtje dat hij kreeg met de tekst ‘Als ik deze gedeputeerde tegenkom weet ik niet of ik mijn voet van het gaspedaal haal’ nam Paas bloedserieus. ‘Ik heb de afzender achterhaald, hem gebeld en gevraagd wat hij van zijn mailtje vond. Hij was er trots op, zei hij. En wat zijn moeder er van zou vinden? Die was ook trots, zei de man. Meestal is iemand wel onder de indruk als je ze rechtstreeks belt, maar deze man totaal niet. Dat was voor mij reden genoeg om de hoofdcommissaris van de politie te bellen om hier aandacht aan te besteden. Ook al was er nog geen sprake van een delict.’

Misplaatste stoerheid

Paas schat in dat hij een keer per jaar te maken heeft met een kwestie waarbij hij moet afwegen of hij aangifte zal doen. Tegelijkertijd beseft hij ook dat lang niet alle intimidaties hem bereiken. ‘Wat de een intimiderend vindt, vindt de ander niets voorstellen. Soms is die terughoudendheid onterecht en speelt de misplaatste stoerheid, zoals bij de sociale dienst, een rol. En ook zal voor sommigen de drempel om de commissaris van de Koning of de griffier hiermee te belasten te hoog zijn.’

Aan hem de taak om de drempel om bij hem aan te kloppen zo laag mogelijk te maken, vindt hij. ‘Ik benadruk altijd dat Statenleden of gedeputeerden geen enkele remming hoeven te voelen om iets wat hen dwarszit met mij te bespreken. Ik besteed er ook aandacht aan in de gesprekken met fractievoorzitters die op hun beurt zaken kunnen doorspelen waarmee Statenleden kampen.’

De Statenleden zelf krijgen als onderdeel van hun introductie informatie over agressie en intimidatie en hoe ermee om te gaan. Maar ook over zaken die níet bij hun werk als Statenlid horen. Een lastige, geeft Paas toe, want wanneer hoort bepaald gedrag er niet meer bij? ‘Als je een besluit neemt onder invloed van krachten die er geen invloed op zouden moeten hebben, dan is dat duidelijk een integriteitsprobleem. Dat kan in allerlei vormen, ook als intimidatie. Maar ook iedere keer dat je iets niet zegt, omdat het je verstandiger lijkt, sta je onder invloed. Maar wat nu als je een beetje bang bent voor de boosheid van mensen op de tribune? Emoties horen ook bij het politieke proces.’

Melden bij twijfel

Wat hij nieuwe Statenleden wil meegeven? ‘Het hoort er niet bij’, zegt hij resoluut. ‘Als je je bedreigd voelt, ook als iemand bijvoorbeeld te dichtbij komt staan, realiseer je je dat het er niet bij hoort. Trek je terug uit de situatie, meld het, ook als je twijfelt. Ik heb liever dat mensen bij me komen met iets wat waarschijnlijk geen bedreiging is, dan dat ze zaken wegstoppen en er ondertussen heel erg mee zitten. Dat dat laatste te vaak gebeurt, staat vast.’

In Groningen zijn ze goed bezig als het om dit thema gaat, vindt Paas. In alle geledingen van de Provinciale Staten is het een agendapunt dat met enige regelmaat terugkomt. ‘Het is belangrijk om hier over te praten op het moment dat het rustig is. Zoals de veiligheidsregio’s calamiteiten oefenen in de koude fase, zo moeten wij aandacht hebben besteed aan de mógelijkheid van een bedreiging. Zodat je weet wat je moet doen als het daadwerkelijk gebeurt.’ De fase van achter de feiten aan lopen is in Groningen een gepasseerd station. ‘We hebben vastgesteld beleid, er zijn maatregelen en het voornemen om het er elk jaar over te hebben. Tijdens de komende Statenwissel is er weer extra aandacht voor het onderwerp. Het kan iedereen gebeuren en dan is het goed om te weten dat je met je zorgen en twijfels bij mij of de griffier terechtkunt. Houd het niet bij jezelf, dat is niet stoer.’

Meer informatie

Dit is een interview in een reeks vraaggesprekken met Statenleden, andere volksvertegenwoordigers en bestuurders over hoe zij omgingen met bedreigingen of intimidatie, maar ook hoe zij ondersteuning geven aan collega's die te maken krijgen met bedreiging, agressie en intimidatie.

Het interview is gemaakt door Mariëlle van Bussel in opdracht van het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (Statenlidnu, Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en Wethoudersvereniging).

Voor meer informatie over het ondersteuningsteam en hoe om te gaan met agressie en geweld bekijk de dossierpagina agressie of intimidatie.

Contact Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur

Wanneer u te maken krijgt met agressie en intimidatie kunt u 24/7 contact opnemen met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Het Ondersteuningsteam is telefonisch bereikbaar op 070-3738314. U komt dan in contact met een van de vertrouwenspersonen.