Provinciale weerbaarheidsnorm als ruggensteun tegen ondermijning

Gepubliceerd op 6 mei 2024 om 08:08

Alma Broekmaat, regisseur Veilig Publieke Taak Utrecht

Waar trek je de grens als het gaat om agressie, intimidatie en andere vormen van gedrag die (ontoelaatbare) invloed proberen uitoefenen op keuzes in de lokale of provinciale democratie? Een van de instrumenten is om te werken met een weerbaarheidsnorm. Diverse provincies hebben zo’n norm opgesteld om zo bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren houvast te bieden in hun werk voor de publieke zaak, met name als het gaat om ondermijning.

 

Bedreiging, intimidatie, ondermijnende criminaliteit en het risico om gehackt te worden: het zijn voorbeelden van thema’s waar politieke ambtsdragers en ambtenaren van alle overheden mee te maken hebben. Precies om die reden hebben in een aantal provincies in Nederland de overheidsinstanties (de provincie zelf, gemeenten en waterschappen) de handen ineen geslagen om te komen tot een gezamenlijke weerbaarheidsnorm. Zo’n norm biedt een duidelijk handelingskader op het moment dat op wat voor manier dan ook een grens wordt overschreden.

Twee van de provincies die met zo’n weerbaarheidsnorm werken, zijn Utrecht en Zeeland. Een gesprek met Alma Broekmaat (Regisseur Veilige Publieke Taak Utrecht) en Rianne van Iwaarden (Adviseur Zeeuwse norm Weerbare Overheid Zeeland).

 

Wat hebben jullie zelf met het onderwerp?

Alma Broekmaat: “Ik zit zelf in de raad van de raad van de gemeente Bunschoten. Gelukkig maak ik weinig mee, maar om me heen zie ik wel eens wat gebeuren.”
Rianne van Iwaarden: “Doordat ik langere tijd in Zuid-Italië heb gewoond, heb ik van nabij kunnen zien wat ondermijnende criminaliteit met de overheid kan doen. Het maakt me gedreven om het hier niet zover te laten komen.”

Hoe zouden jullie de norm van je provincie omschrijven?

Rianne van Iwaarden: “De Zeeuwse norm Weerbare Overheid is een intentieverklaring waar alle overheden in de provincie Zeeland (de provincie zelf, dertien gemeenten en het waterschap) hun handtekening onder hebben gezet. Meedoen was niet verplicht, maar gelukkig zag iedereen in dat dit een mooie kans was om het onderwerp in gezamenlijkheid op de kaart te zetten. De norm is niet af. Het is eerder een groeidocument dat wordt aangescherpt wanneer daar aanleiding toe is. Om de norm up-to-date te houden, organiseren we jaarlijks een evaluatie waarbij we de stand van zaken onder de loep en bepalen in hoeverre het nodig is de norm te actualiseren.”

Alma Broekmaat: “Wij spreken van het Manifest Weerbaar Bestuur in de provincie Utrecht. Hierin hebben we met de provincie, gemeenten en waterschappen in Utrecht afgesproken dat we dezelfde norm hanteren en dat we in vergelijkbare omstandigheden hetzelfde gedrag laten zien. We doen bijvoorbeeld allemaal melding wanneer er sprake is van een bedreiging of iets anders dat een grens over gaat. Omdat bij ons ook de politie en het openbaar ministerie zijn betrokken in de norm, kan snel aangifte worden gedaan. Dat gebeurt met een speciale code waardoor ook snel opvolging aan een aangifte wordt gegeven. Ook bij ons is de norm trouwens een ‘levend document’. Het is (en blijft voorlopig) in ontwikkeling.”

Rianne van Iwaarden, Adviseur Zeeuwse norm Weerbare Overheid Zeeland

Waarom is het belangrijk om een gezamenlijke norm te hebben?

Rianne van Iwaarden: “Naast het feit dat niet iedereen zelf het wiel hoeft uit te vinden, is het idee dat we zoveel mogelijk barrières opwerpen voor criminelen: wanneer de dijken overal even hoog zijn, is het moeilijker om daar overheen te komen of om een opening te vinden.”
Alma Broekmaat: “Daarnaast geeft zo’n gezamenlijke norm een goed signaal richting inwoners: wij nemen dit serieus en pakken het professioneel op.”

Hoe doe je dat eigenlijk, een gezamenlijke norm opstellen?

Alma Broekmaat: “In onze provincie was het (inmiddels oud-)burgemeester Koos Janssen van Zeist die dit onderwerp bij de commissaris van de Koning agendeerde. Zij zijn toen samen met andere bestuurders in de provincie in gesprek gegaan en uiteindelijk is er een werkgroep gevormd. Daarin zaten een aantal gemeenten, de politie, het openbaar ministerie en een afvaardiging van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).”
Rianne van Iwaarden: “Wij zijn aan de slag gegaan met een adoptiesysteem waarbij iedere overheid zich heeft ontfermd over een specifiek thema. Denk bijvoorbeeld aan bewustwording, integriteit, informatiebeveiliging en veilige publieke taken (agressie en geweld). Voor dit laatste thema stond Veere aan de lat. Burgemeester Frederiek Schouwenaar van die gemeente heeft een achtergrond bij de politie en die kwam hierbij goed van pas. Het is de bedoeling dat alle zogenaamde adoptanten  voor hun thema een beleidslijn met best practices ontwikkelen met als uitgangspunt de ambities uit de intentieverklaring.”

Was het makkelijk om ook kleinere gemeenten mee te krijgen?

Rianne van Iwaarden: “Zeker. Het is mooi om te zien dat hun beperkte capaciteit wordt gecompenseerd door het enthousiasme en betrokkenheid bij het onderwerp. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Sluis en Kapelle.”
Alma Broekmaat: “Het is ook niet per se zo dat daar minder speelt dan in grotere gemeenten. Er spelen vaak andere dingen. Kleinere gemeenten vormen hechte gemeenschappen waarin ambtenaren zichtbaarder zijn en daardoor makkelijker onder druk kunnen worden gezet om bijvoorbeeld een vergunning te regelen.”

Merken jullie al een verschil of een verbetering sinds het bestaan van de norm?

Alma Broekmaat: “Je ziet bij ons wel een groeiend besef in de samenleving dat bepaald gedrag niet meer wordt getolereerd maar dat dat consequenties heeft. Doordat zaken snel worden gemeld en opgevolgd, zijn mensen onder de indruk wanneer ze bijvoorbeeld op het gemeentehuis worden uitgenodigd voor een gesprek. Vaak zitten ze daar dan vol schaamte.”
Rianne van Iwaarden: “In Zeeland zijn er op het thema informatiebeveiliging mooie ontwikkelingen. De CISO’s (Chief Information Security Officers, red.) van de verschillende overheden hebben elkaar echt gevonden. Zij komen geregeld bij elkaar om ervaringen uit te wisselen en stellen sinds kort ook gezamenlijke rapportages op. Het is een mooi voorbeeld van hoe de norm een motor kan zijn voor goede samenwerking.”

En wat is er nog te winnen?

Rianne van Iwaarden: “Afgezien van de burgemeesters, is het belangrijk om bijvoorbeeld ook de gemeentesecretarissen mee te krijgen op het onderwerp. Ze zijn er soms nog minder mee bezig of hebben het idee dat er in hun gemeente niet zoveel gebeurt. Gelukkig wordt dat beter, want zij zijn wel verantwoordelijk voor de gehele ambtelijke organisatie en hebben het ‘overzicht’. Het zou een mooi streven zijn om uiteindelijk iedere gemeentesecretaris in Zeeland het aanspreekpunt te maken voor zijn of haar gemeente.”
Alma Broekmaat: “Qua bewustzijn is het in Utrecht niet zoveel anders. Wat dat betreft zijn de sessies van het Ondersteuningsteam on Tour (vanuit het Netwerk Weerbaar Bestuur) erg zinvol. Die geven veel inzicht in wat wel kan en wat niet en zorgen daarmee voor meer bewustwording. Mag ik hier trouwens een lans breken voor de kwetsbare positie van burgemeesters? Ze staan enorm in de wind en hebben relatief vaak met bedreigingen te maken. Ze staan dan ook nog zelf aan de lat om de opvolging en verdere afhandeling te regelen, terwijl je hiervoor een andere burgemeester mag benaderen. Maak daar vooral gebruik van!”

Zijn er zaken die jullie van andere provincies kunnen leren of vice versa?

Rianne van Iwaarden: “Ik ben onlangs benaderd door overheden uit de provincie Groningen. Die provincie is qua grootte en capaciteit vergelijkbaar met Zeeland en ze kijken daar met interesse naar ons adoptiesysteem.”
Alma Broekmaat: “Ik word zelf erg blij van het trainingscentrum ondermijning in de provincie Noord-Brabant. Daar zijn allerlei settings nagebouwd en er lopen acteurs rond. Handhavers worden daar met een opdracht bijvoorbeeld een café of autozaak ingestuurd, zodat ze allerlei praktijksituaties levensecht kunnen oefenen. Mensen uit Utrechtse gemeenten mogen daar ook heen, maar ik zou het toejuichen wanneer wij zelf zo’n trainingscentrum zouden hebben.”

Waarom is een weerbaarheidsnorm eigenlijk niet op landelijk niveau geregeld?

Alma Broekmaat: “Een goede vraag, al is er iets voor te zeggen om dit op provinciaal niveau te regelen. Je houdt het dan dichter bij huis en het is makkelijker samenwerken.”
Rianne van Iwaarden: “Eens. De kracht van onze norm is juist dat we elkaar in de samenwerking goed weten te vinden en dat de lijnen kort zijn. Bovendien heeft iedere provincie zo zijn eigen specifieke uitdagingen. Er is in die zin toch maatwerk nodig.”

Ondersteuningsteam

Het Ondersteuningsteam Netwerk Weerbaar Bestuur biedt een breed en snel in te schakelen netwerk van vakgenoten, experts en ervaringsdeskundigen. Hiervoor kunnen politieke ambtsdragers vertrouwelijk contact opnemen via telefoonnummer 070-3738314. Een contactpersoon denkt vervolgens met u mee, adviseert en schakelt waar nodig netwerkpartners in. Ook kunnen experts op het gebied van bijvoorbeeld beveiliging, rechtshulp en nazorg worden ingeschakeld.

Meer informatie

Klik hier voor meer informatie over de weerbaarheidsnormen.

Het Ondersteuningsteam Netwerk Weerbaar Bestuur is een samenwerkingsverband van Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Wethoudersvereniging, Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Statenlidnu en Vereniging van Griffiers. Voor volksvertegenwoordigers en bestuurders organiseert het Ondersteuningsteam On Tourbijeenkomsten om met elkaar te bespreken waar de grens ligt als het gaat om agressie, intimidatie en weerbaarheid.

Meer informatie over het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur | Netwerk Weerbaar Bestuur